Tochtverslag: Wespelaar – Mechelen

Vanaf het station van Wespelaar zoeken we de rood-witte tekens op van GR 128.
We lopen een stukje langsheen de spoorweg maar kiezen dan voor onverhard, langsheen de Lobeek. De vele regen van de voorbije dagen zorgde voor een drassige en glibberige ondergrond en we zigzaggen over het pad zoekend naar de minst natte delen.
We kruisen de Haachtse Steenweg en gaan via halfverharde paden verder, door open landschap afgewisseld met stukjes bos.
Op de Rijmenamse Steenweg zorgt de Binnebeek voor verwarring. We zijn nog niet bij de Dijle; nog een stukje verder, voorbij kasteel Hollaken komen we er aan.
Langs een grindpad volgen we de grillige, kronkelende stroom. We passeren een aantal bunkers, getuigen van de tweede wereldoorlog. De Dijle is hier nog onderhevig aan het getij en stroomt krachtig richting monding.

Het begint te regenen, eerst af en toe een beetje, later onophoudelijk. Het open terrein en de wind op de dijk maken het niet gezelliger.
Bij de brug van Muizen, na 14 km, zijn we met onze natte kledij toch welkom in het café op de rechteroever. Ze hebben er lekkere zelfgemaakte soep én drank in overvloed.
De pauze doet deugd, efkes zitten, warm en droog, met een hapje en een drankje, in een karaktervolle omgeving.
Als we buitenkomen regent het nog. We lopen een stukje door het Mechels Broek en komen opnieuw uit op de dijk langsheen de Dijle.
Net voor Mechelen steken we over naar de andere oever. We negeren de verbodstekens op een open hek, stuiten even verder op een tweede hek, ditmaal gesloten. We keren op onze stappen terug en botsen op de bewaker, die we net tegenkwamen buiten het domein en niets zei. Hij is helemaal niet opgezet met onze aanwezigheid (maar vergeet dat hij zijn terrein achterliet met open hek); hij sloot zelfs de poort achter hem. We zitten opgesloten!
Zo gemakkelijk laten we ons niet vangen en even later staan we allemaal buiten het hek en kunnen we de laatste kilometer naar Mechelen, doorheen de Kruidtuin, afstappen.
Het was een natte wandeling, met vrij veel verhard, maar we konden onze benen even strekken en het was uiteindelijk toch gezellig.

Tochtverslag Hunsrück 2019.

09 tot en met 12 november. Idar-Oberstein – Sohren.

09/11/2019: Idar-Oberstein => afhaalpunt Fiscbach.
10.6 km – 2.26 uur in beweging, 3.20 uur onderweg; 518 m stijgen – 531 m dalen

Rond 14.00 uur verlaten we het station van Idar-Oberstein.

We doorkruisen het centrum en na amper 100 m gaat het al steil bergop. De burcht die we van beneden hoog boven het stadje zagen liggen komt snel naderbij.
Van op de parking bij het kasteel hebben we een prachtig uitzicht over de wijde omgeving.
We dalen een beetje, verlaten de verharde weg, ronden een vijvertje en trekken verder door een kleurrijk bos over een pad verstopt onder een dikke laag bladeren.
Steeds op en af over kronkelende bospaadjes trekken we verder. Het kleurenpallet is overweldigend; van geel naar bruin over oranje, alle tinten zijn aanwezig.
Op de Gilzberg worden de “rappe stappers” vooruitgestuurd. Ze zijn al aangekomen in het hotel voor wij het afhaalpunt bereiken.Tegen dan is het aardedonker en de laatste meters was de kronkelige afdaling, over een donker beukenbladerdek, amper zichtbaar.De baas van het hotel is na een kwartiertje wachten terug voor de tweede rit en het is duidelijk dat hij de route al meerdere keren aflegde.
In het hotel is het druk, druk, druk… de dorstigen laven is niet de grootste prioriteit.

10/11/2019: Afhaalpunt Fischbach => Hotel Forellenhof, Reinhardsmuhle.
23.6 km – 5.35 uur in beweging, 7.14 uur onderweg; 1129 m stijgen – 1025 m dalen.


Om 09.00 uur stipt worden we allen samen teruggevoerd naar Fischbach.

Terwijl we de weg oversteken doen 3 hertjes honderd meter verder hetzelfde.
Al direct gaat het bergop maar aangezien we deze avond in hetzelfde hotel slapen lopen we met een minimum aan bagage op onze rug. Het gaat vlot!De mist blijft hardnekkig hangen; van vergezichten is dus geen sprake.
Op een lange rij, waarvan de eersten al verdwijnen in de mist, lopen we door de weiden.
Daarna gaat het terug bergaf, het bos in, naar de Hosenbach. Daar eten we een eerste hapje, drinken een eerste aperitiefje.
Rond de middag komen we in Herrstein; een mooi klein stadje met stadspoort, smalle kasseistraatjes met vakwerkhuizen. Prachtig! Bovendien vinden we er een restaurant waar we welkom zijn voor een drankje… als we niet te lang blijven plakken! Weissbier, verse soep.. alleen efkes zitten doet al deugd.
Nadien gaat het bergop, voorbij de burcht, terug het bos in. Mooie kleuren, overal blaadjes… een streepje zon zou alles extra opfleuren.
Boven lopen we opnieuw door de weiden, de mist is even wat minder, de vergezichten reiken wat verder. Bossen rondom met dorpjes verscholen in de valleien.
Een eindje voor het hotel verlaten we de route, kiezen voor een alternatief, terug bergop het bos in. Al spoedig zien we het hotel onder ons liggen en een kwartiertje later zijn we binnen.

11/11/2019: Hotel Forellenhof => Hotel Schatulle, Laufersweiler.

23.1 km – 5.08 uur in beweging, 7.37 uur onderweg; 928 m stijgen –
718 m dalen.
Opnieuw starten we bergop, opnieuw is het mistig.
We volgen een prachtig pad, holle weg doorheen bos, naar de “Blei- und Zinkertzgrübe” hogerop. Een restje smalspoor eindigt abrupt boven de afgrond.
Aan de overzijde, op een uitstekende rotsrichel in een bocht van de Hahnenbach, ligt de ruïne van de Schmidtburg. We vervolgen over de “Suppenträgerwege”, oude paadjes waarover de kinderen vroeger soep brachten naar hun vader die in de ertsmijnen werkte.
Een eind verder in het bos komen we aan de oprijlaan naar het kasteel waar twee indrukwekkende figuren de wacht houden. Geen heerschappen om in het donker te ontmoeten. Bergop, bergaf stappen we verder door een prachtig bos.
In Rhaunen verlaten we de route, maar het verhoopte café ontdekken we niet. Na een paar kilometer asfalt vinden we opnieuw de SH-tekentjes.
We maken nog een rondje omheen Laufersweiler alvorens in hotel Schatulle binnen te vallen.  Het wordt drummen rond de bar.

12/11/2019: Hotel Schatulle => Sohren.
13.3 km – 2.48 uur in beweging, 3.13 uur onderweg; 312 m stijgen – 343 m dalen.

De uitspattingen van gisterenavond werken nog wat na; bovendien valt er een lichte miezer die de paadjes niet alleen nat maar ook glad maakt.
In de buurt van Niederweiler komen we op de Alte Römerstrasse of de Ausoniusstrasse, een Romeinse heirweg die Trier verbond met Bingen in het Rijndal. We volgen die nu eens rechts ervan dan weer links. We doorkruisen Dill, met Burgruïne en komen even verder terug op de heirweg. Een replica van een wachttoren kijkt er uit over het landschap.

We slaan linksaf, lopen langs de vroegere spoorlijn naar Sohren. Geen wonder dat ik hier geen treinverbinding vond; boompjes en onkruid overwoekeren de rails.
In Sohren duiken we een pitazaak in waar we met onze rugzakken de helft van het etablissement innemen. Een hapje en een drankje later begeven we ons naar de parking van de Norma waar de taxi ons opwacht. Een half uur later zijn we in Bullay. Onze trein is geschrapt, een shortcut via Luxemburg wordt niet aanvaard, dus rijden we via Trier, door de Eifel naar Keulen en zo naar Brussel.

Veel trein voor ons geld!

Foto’s: GR wandeling Lens – Mons van zondag, 30 september ’18

De trein Oostende – Brussel heeft zoveel vertraging dat we, zelfs lopend, onze aansluiting niet halen.
Gevolg: wij terug naar af, koffietje drinken in de Zuid, en Jef, helemaal alleen, op weg naar Brugelette.
Een uur later lukt het toch. We rijden Brugelette voorbij, stappen af in Lens en knippen zo ruim 6 km van onze tocht.
Het is ondertussen bijna half twaalf, maar de zon schijnt en de uitzichten over de weiden en het akkerland zijn prachtig. Nu en dan een stukje bos zorgt voor afwisseling.
In Erbaut, bij het monument voor de gesneuvelden, treffen we drie bankjes die ons uitnodigen voor de lunchpauze.
Zalig in de zon!
We vervolgen onze weg, nog steeds door open veld. Voorbij Erbisoeul lopen we een tijdje evenwijdig met de spoorweg en komen dan in het bois de Ghlin; mooie dreven met metershoge beuken. De beukennootjes knarsen onder onze schoenen.
In Mouligneau verpozen we even op het terras rechtover het kapelletje alvorens de laatste kilometers naar Mons aan te vatten.
We blijven in het bos, steken daarna via een voetgangersbrug de E 19 over en via de spoorwegbrug het kanaal Nimy- Péronnes. Met een wijde bocht lopen we rond le Grand Large en zien dan reeds het station van Mons aan de rechterzijde opduiken.

Als we naderen blijkt dat er nog wel een en ander moet gebeuren voor de officiële opening kan plaatsvinden!